De Kapel van Dekkerswald


1. De kapel van Dekkerswald, ansichtkaart, situatie 1934


Een van de mooiste ensembles van Piet Gerrits is ongetwijfeld de kapel van sanatorium Dekkerswald in Groesbeek. Dat sanatorium was in 1911-1913 gebouwd naar een ontwerp van Eduard Cuypers (1859-1927) in opdracht van de Vereeniging tot Stichting van Rooms-Katholieke Herstellingsoorden voor Longlijders en Zwakke Kinderen. De stichting had daarvoor het landgoed Dekkerswald in de bossen bij Groesbeek gekocht, vandaar de naam. De verpleging werd toevertrouwd aan de Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeüs, ook wel Zusters Onder de Bogen genoemd, een congregatie die zich vooral bezighield met onderwijs en gezondheidszorg. In 1918-1919 werd een nieuwe kapel gebouwd, ook naar ontwerp van Eduard Cuypers. Een jaar later, in 1920, sloot Timmermans, de nieuwe rector, een overeenkomst met kunsthandelaar Rudolf Bless om voor de decoraties van de kapel te zorgen en die verstrekte de opdracht aan Piet Gerrits, de kunstenaar waar hij al jaren mee samenwerkte. In 1921-1922 bracht die mozaïeken en schilderingen aan.

1. Maria middelares

Buiten, boven de hoofdingang, staat aan wie de kapel is gewijd: Maria, met als titel Behoudenis der kranken. Die titel had mgr. Pompen, bisschop van Den Bosch, voorgesteld in een brief van 7 oktober 1918 aan rector Van Mulukom. Gerrits bracht daarbij een mozaïek aan van Maria met Kind (afb. 2). Maria wijst naar Jezus en naar het brandend hart met een kruis erop dat hij op zijn borst draagt, teken van het lijden dat hij op zich neemt uit liefde voor de mensen. Het hart straalt als een zon, zoals Margaretha Maria Alacoque het in haar visioenen zag. Onder de voorstelling staat "Komt allen tot mij die vermoeid en belast zijt". Maria wordt gepresenteerd als Middelares tussen de mensen en Jezus; samen brengen zij troost aan de lijdenden, dus aan de bezoekers van het sanatorium. Dat sluit aan bij de visie van de liefdezusters die zich in het bijzonder richten op zorg voor de armen en de mensen die lijden.

2. Het Laatste Avondmaal en de instelling van de eucharistie

De kapel is een zaalkerk waarvan het priesterkoor is opgezet met een decor van drie coulissen: een dichte achterwand en twee open bogen aan de voorzijde (afb. 1). Gerrits voorzag de drie vlakken met grote composities die samen een chronologisch geheel vormen. Op de achterwand het Laatste Avondmaal, daarvoor de Kruisiging en op de boog vooraan het Einde der tijden of de Apocalyps.

 
2. Maria, mozaïek, monogram P.G., l. o.

Het Laatste Avondmaal is een compositie in mozaïek die de maaltijd in beeld brengt die Christus aan de vooravond van zijn kruisdood nuttigde samen met zijn leerlingen (afb. 3). Jezus heeft in deze voorstelling echter niet het joodse paasbrood in zijn hand, maar een kelk en een hostie. Daarmee herinnert de voorstelling niet alleen aan de historische maaltijd, maar brengt tevens de woorden in beeld "doe dit tot mijner gedachtenis" waarmee Jezus de eucharistie heeft ingesteld.


3. Laatste Avondmaal, mozaïek kapel Dekkerswald


Opmerkelijk is dat Gerrits achter de Christusfiguur in lichtere tinten Maria heeft weergegeven die een armgebaar maakt en lijkt te zeggen: ziehier mijn zoon. Boven haar de duif van de H. Geest. De gedachte is dat Maria, na vervuld te zijn van de geest gods, diens zoon Jezus aan de wereld heeft geschonken. Het versterkt de gedachte van het mozaïek boven de ingang, van Maria als middelares tussen God en de mensen. Twee teksten in de compositie verhelderen de boodschap. Links staat: Nobis datus, nobis natus ex intacta Virgine, "Voor ons gegeven, voor ons geboren, uit een ongerepte Maagd". Het zijn twee versregels uit de sacramentshymne van Thomas van Aquino getiteld Pange, lingua, gloriosi. Deze hymne wordt in de katholieke liturgie twee keer per jaar gebeden, tijdens de sacramentsprocessie op Witte Donderdag en op Sacramentsdag, de kerkelijke feestdag waarop de instelling van de eucharistie wordt gevierd. De liturgische tekst versterkt dus de iconografie, immers het laatste avondmaal vond plaats op 'witte donderdag' en leidde tot de instelling van de eucharistie.

Maria Middelares aan de voet van het kruis

Op het middelste boogveld een voorstelling van de Kruisdood (afb. 4). Van de voorstelling is tegenwoordig nog slechts een deel bewaard, maar we kennen de compositie zowel dankzij een grootformaat uitwerking op karton, bewaard in het Katholiek Documentatie Centrum, alsook dankzij reproducties die Rudolf Bless in deze tijd uitgaf. Als titel vermeldde hij De Middelares. Maria staat aan de voet van het kruis, zij ziet op naar haar zoon en maakt een gebaar alsof zij haar emotie over het gebeuren wil delen met de toeschouwers. Om hen heen een krans van treurende engelen. Naast het kruis de woorden Et tuam ipsius animan pertransivit gladius (Lucas 2, 35), "Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord". Het zijn de woorden die Simeon sprak tot Maria bij de opdracht van Jezus in de tempel en waarmee hij haar lijden voorspelde.


4. Maria middelares en medeverlosser, karton, col. KDC


Onder het kruis de woorden uit het evangelie van Lucas (14, 27): Qui non bajulat crucem suam et venit post me non potest meus discipulus, "Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn."

Onderaan de Calvarieberg staat links Johannes de Doper die naar Jezus wijst terwijl hij zegt: Ecce agnus dei qui tollit peccata mundi, "Ziet, daar is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt" (Johannes 1:29 en 1:36), een van de vaste gebeden van de H Mis. Rechts onder staat de profeet Jesaia die de woorden spreekt Vere languores nostros ipse tulit, et dolores nostros ipse portavit (53:4) hetgeen betekent "Waarlijk het waren onze ziekten die hij op zich nam, en onze smarten die hij heeft gedragen." In feite vat deze compositie de kerngedachte van het christendom samen: Jezus heeft zich geofferd om de gevolgen van de erfzonde weg te nemen. Tevens wordt het accent gelegd op de smart van Maria die haar zoon verliest, waarmee het lijden van Haar die middelares is tussen God en de mensen wordt voorgehouden als troost aan de zieken die de kerk betreden. Overigens is in 1934 door de architect van de kapel Eduard Cuijpers het onderste deel van de compositie met de figuren van Johannes en Isaias, verwijderd omdat er twee zijaltaren zijn geplaatst met beelden van het H. Hart en Maria (zie afb. 1).

3. Het Apocalyptisch visioen van Johannes

Op het voorste boogveld schilderde Piet Gerrits het apocalyptische visioen van Johannes de evangelist (afb. 5). Bovenin God de Vader gezeten op een troon tegen de achtergrond van een davidster en omgeven door een regenboog met aan weerszijden de alfa en de omega, want hij heerst van het begin tot het einde. Aan zijn voeten zijn Zoon, in de gedaante van een Lam, waaruit zeven stromen vloeien, het levende water dat uit het Lam voortkomt. Buiten de regenboog vier gevleugelde dieren: rund, adelaar, leeuw en een op de mens gelijkend dier, het zijn de symbolen van de vier evangelisten. Achter hen talloze engelen waarvan er acht de trompet steken en klaroengeschal laten horen, daarvoor de 24 oudsten en daar weer voor tal van martelaren en martelaressen, met palmtakken, allen in aanbidding van het Lam. Het visioen van Johannes verbeeldt het einde der tijden, wanneer de mens moet verschijnen voor God. Overigens is het onderste deel van deze compositie tegenwoordig niet meer aanwezig.


5. Het apocalyptische visioen, huidige toestand


De Apocalyps heeft Piet Gerrits tot meerdere werken geïnspireerd. In 't tijdschrift dat de Montfortanen uitgaven, 't Heilig Land, presenteerde hij al in 1919 een tekening met het apocalyptisch visioen (afb. 6). Later, na de voltooiing van zijn werk in de kapel van Dekkerswald, zou hij hetzelfde motief in een vergelijkbare compositie gebruiken voor de decoratie van het priesterkoor van de Nebo, eind jaren twintig.


6. De Apocalyps, 't Heilig Land, april-mei 1919
 

Het visioen was een gewild onderwerp in de kunst, van middeleeuwen tot moderne tijd. De idee dat Christus aan het einde der tijden zou terugkeren op aarde om over de mensen te oordelen was een aansporing om goed te leven en gaf de hoop dat uiteindelijk het goede het kwade zou overwinnen. Zo brengen de drie grote composities van Gerrits het hele heilsverhaal van het evangelie in beeld. Van de goddelijke conceptie van Maria, via het Laatste Avondmaal en de kruisdood van haar Zoon, tot het einde der tijden. Door de verwijzingen naar Jesaja wordt bovendien de samenhang van het Oude en Nieuwe Testament onderstreept; het Nieuwe is de logische voortzetting van het Oude.


De kapel is in de loop der jaren verrijkt met werk van andere kunstenaars en het priesterkoor heeft enkele wijzigingen ondergaan. In 1934 werden onder leiding van het atelier van Eduard Cuypers in de zijmuren van het priesterkoor ramen met glas-in-lood aangebracht waarbij de teksten werden verwijderd die Piet Gerrits daar had geschilderd. Die vensters hebben deels een gangbaar geometrisch patroon, twee zijn er figuratief. Deze laatste tonen aan de evangeliezijde de evangelist Lucas, patroon der medici, en aan de epistelzijde Sint Vincentius à Paolo, patroon der ziekenverzorgsters. Ze zijn van de hand van Ben Hofstee, een glazenier uit Brakkenstein. Eveneens in 1934 werden een H. Hartbeeld en een Mariabeeld geplaatst in de nieuwe nissen boven de zijaltaren en beelden van Jozef en van Carolus Borromeus, patroonheilige van de zusterorde, voor bezijden het priesterkoor (zie afb. 1). Die beelden werden besteld bij het atelier van Cuypers. In 1959 vervaardigde Joop Falke uit Oss een nieuw tabernakel. In het zangkoor bevinden zich vijf ramen ter ere van St. Antonius, die als tweede patroon van de kerk wordt genoemd. Het zijn voorstellingen van vier aanbiddende en musicerende engelen aan weerszijden van Antonius met het Kind. De maker daarvan is mij niet bekend.

De decoraties van Piet Gerrits in de kapel van Dekkerswald hebben nog een bewogen leven gekend. Behalve in 1934 zijn ook later schilderingen weggewerkt. Bij een restauratie in 2011 heeft men echter de composities hun oorspronkelijke vorm goeddeels kunnen teruggeven. Daarmee geven de mozaïeken en schilderingen met hun inspirerend iconografisch programma weer sfeer aan deze kapel en doen ze recht aan de kwaliteiten van Piet Gerrits als religieus kunstenaar.

Dr. Leo Ewals
Januari 2020

 

Geraadpleegde literatuur

  1. Memoriale van het R.K. Sanatorium Dekkerswald 1913-1951 eigendom van het Rectoraat KDC, Archief 741, Stichting Katholieke Herstellingsoorden, nr. 678.
  2. Het Heilige Land van Piet Gerrits (1878-1957): Kerkelijk kunstenaar bij de gratie Gods in Palestina en Nederland, Jan Willemsen, op verzoek van de Stichting Piet Gerrits. Meer informatie ...
  3. De Gelderlander, 27 juli 2011 en 5 april 2017.