"Het Heilige Land van Piet Gerrits (1878-1957)"
Auteur: Jan Willemsen. Te koop via deze website

Piet Gerrits en de Heilig Landstichting

Dit artikel is hier gepubliceerd met toestemming van de Stichting Devotionalia

In het glooiend heuvellandschap tussen Nijmegen en Groesbeek ligt Heilig Landstichting. Een uniek devotiepark waar de belangrijkste momenten uit het leven van Jezus in beeld zijn gebracht. Het park trekt nog ieder jaar tienduizenden bezoekers en geniet grote bekendheid, ook buiten de landsgrenzen. Veel minder bekend echter is dat een interessant kunstenaar heeft vorm gegeven aan dit park: Piet Gerrits.

1878-1897 : Jeugd en opleiding

Piet Gerrits is in 1878 geboren in Nijmegen, als zoon van de timmerman Gerard Gerrits. Zijn ouders waren katholiek, vader Gerard had zelfs, in 1867-1870 als zouaaf meegevochten in Italië om de pauselijke staat in stand te houden. Vanaf zijn vroegste jeugd verbaasde Piet zijn omgeving met zijn tekentalent. Gestimuleerd door zijn vader begon hij echter, in 1895, aan een opleiding als bouwkundig tekenaar op het architectenbureau van Pierre Cuypers in Amsterdam. Een jaar later, in 1896, zette hij zijn studie bouwkunde voort in Antwerpen en ging vervolgens, in 1897 terug naar zijn ouders in Nijmegen waar hij emplooi vond als meubelmaker en als bouwkundig tekenaar bij een architectenbureau.

1897-1905 : Een veelzijdig tekenaar


Afb. 1 & 2: "De Hunnenburcht", in: De Engelbewaarder, 1905-1906

De passie van Piet Gerrits lag echter in de wereld van de beeldende kunst. En zoals zoveel jonge artiesten interesseerde hij zich voor nieuwe ontwikkelingen, assimileerde wat hem beviel en ontwikkelde zo zijn kunstenaarspersoonlijkheid. In de tekeningen die hij deze jaren maakte voor schoolboekjes en voor het jeugdblad De Engelbewaarder ziet men dat terug. Zoals zovelen begon hij met weer te geven wat hij om zich heen zag, op een realistische manier. Zo illustreerde hij de historische roman De Hunnenburcht, die verscheen in De Engelbewaarder van 1905-1906, met suggestieve, realistische taferelen. Hij schetste natuur en objecten, jonge en oude mensen, in uiteenlopende situaties en in historische kledij (afb. 1-2).

We zien echter ook dat een moderne kunstrichting als de Jugendstil zijn sporen in zijn werk achterlaat (afb. 3). Soms vereenvoudigde hij de tekening door vooral met contouren te werken en weinig binnentekening, zoals men vaker ziet in illustraties van jeugdliteratuur (afb. 4).


Afb. 3: In: De Engelbewaarder, 1904-1905

Afb. 4: In: De Engelbewaarder, 1904-1905

Belangrijker is de invloed die hij onderging van de school van Beuron. In Amsterdam had hij aansluiting gezocht met de katholieke kunstkring De Violier, waar hij vermeld staat op de ledenlijst van 1 december 1905. Binnen deze organisatie zocht men naar nieuwe wegen in de religieuze kunst. Men wilde af van de neogotische traditie en vond een alternatief in de opvattingen van het Duitse klooster Beuron. Daar propageerde men een hiëratische, gestileerde kunst: de figuren waren ingehouden in hun actie, ze hadden een vergeestelijkte uitstraling, waren nooit zinnelijk. De weergegeven scènes werden opgezet met weinig diepte, parallel aan het beeldvlak, met symmetrie en geometrische grondvormen.


Afb. 5: Hemel en Aarde, in G.F.Steenbergen, Dieu est mon principe [Frans leerboekje], 24e druk

Plant, mens en dier werden gestileerd. Bijbelteksten in de voorstelling gaven uitleg. Piet was duidelijk onder de indruk van de formules van Beuron. Men ziet dat terug in de illustraties die hij rond de eeuwwisseling tekende. Karakteristiek is een voorstelling in enkele schoolboekjes, uitgegeven in 1897 door Bekker in Amsterdam, waarin hij een afbeelding van de hemel combineerde met een afbeelding van de aarde (afb. 5) De hemel zette hij op in de stijl van Beuron: strak, hiëratisch en zonder diepte, met symmetrie en herhaling van beeldmotieven. De aarde, waar de Zaaier rondgaat tussen de dieren, is weliswaar ook symmetrisch, maar met meer ruimte, natuurlijker en gevarieerder van opzet.

In feite zouden deze keuzes de uitgangspunten blijven van Gerrits toen hij later muurschilderingen, mozaïeken en beelden ging maken voor Heilig Landstichting en voor diverse kerken in binnen- en buitenland. Voor afbeeldingen van de hemel en het hiernamaals koos hij de strakke gestileerde formules van Beuron, wanneer hij een verhaal wilde vertellen, werkte hij in een realistische trant.

Palestina (1905-1911)

Een belangrijk moment in het leven van Gerrits vormde een pelgrimage naar het Heilige Land in 1905. Hij werd gestimuleerd door de fraters van Tilburg die verantwoorde illustraties wilden voor De Engelbewaarder en door Arnold Suijs, pastoor van Waalwijk, die de medewerking van Piet Gerrits wilde om in Nederland een bedevaartpark te bouwen met een reconstructie van de heilige plaatsen uit Palestina. Piet Gerrits ging naar Palestina en bestudeerde de heilige plaatsen waar Jezus geleefd had en de levenswijze van de bedoeïenen waarin hij een afspiegeling zag van het leven uit de tijd van Jezus. Hij raakte er zo door geboeid dat hij in 1906 een tweede tocht naar het Heilig Land maakte en er toen vijf jaar verbleef. Hij sloot vriendschap met de plaatselijke bevolking, tekende weer veel en kreeg opdrachten schilderingen aan te brengen in diverse kerkjes en kapellen (afb. 6-7). Hij maakte zich zo verdienstelijk dat hij in 1908 tot ridder werd geslagen in de orde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Afb. 6: El Hosson, Visitatie,
kerkschildering, 1906-1908

 

 

 

Afb. 7: El Hosson, De vrouwen bij het graf,
tekening naar kerkschildering, 1907

In feite sloot Gerrits met zijn consciëntieuze historische instelling aan bij het 19e eeuws historicisme waarbinnen religieuze kunstenaars tot een verantwoord bijbels oriëntalisme wilden komen.

De grote werken: schilderingen, beelden en mozaïeken (1911-1940)

In 1911 keerde Gerrits terug naar Nijmegen. Hij trad in 1912 in dienst van de Heilig Landstichting, als "artistiek adviseur". In 1918 ging hij ook op de Landstichting wonen. In feite was hij de kunstenaar die de beeldengroepen, schilderingen en mozaïeken zou ontwerpen die de komende decennia het licht zouden zien. De werkzaamheden volgden elkaar in snel tempo op. In 1915 richtte hij het museum en de pastorie in en liet de Calvarieberg aanleggen.

In 1916 kwamen de Hemelvaartkapel, de H. Hartkapel en de Nazarethkapel gereed, in 1918 de Geboortegrot en het H. Graf, in 1920 de begraafplaats, de Poort van Jeruzalem en de Poort in de Profetenlaan. In 1924 werd de Caravanserai aangelegd en de timmerwerkplaats van Jozef en een jaar later Gethsémané.


Afb. 8: Heilig Landstichting, 8e kruiswegstatie, 1920

Afb. 9: Cenakelkerk, interieur, 1928-1930

Afb. 10: Cenakelkerk, Het Nieuwe Paradijs, apsismozaïek, 1923
Afb. 11: Cenakelkerk, In de straten van Jeruzalem, schildering, 1928-1930

Aanvankelijk werkte hij vooral met muurschilderingen en met reliëfs die beschilderd werden (afb. 8). In de jaren 1920-1925 maakte hij vooral mozaïeken, die gerealiseerd werden in narthex, koor en Mariakapel van de Cenakelkerk en in enkele kruiswegstaties. De Cenakelkerk hield hem ook aan het eind van de jaren twintig weer bezig. In de koepel boven de centraalruimte schilderde hij Pinksteren, of de Nederdaling van de Heilige Geest, op de muurvlakken onder de koepel schilderde hij de handelingen der apostelen, dus het vervolg op Pinksteren (afb. 9). Hij werkte weer in twee stijlen. Voor koor en koepel van de Cenakelkerk, waar afbeeldingen van de Hemel kwamen, koos hij de gestileerde formule van Beuron, voor de vertellende schilderingen koos hij voor een realistische aanpak (afb. 10 en 11). Het zelfde zag men in 1928-1932 in de kerk en seminariekapel van het Nebo-complex van de redemptoristen in Nijmegen, waar hij in het koor van de kerk de Eucharistie schilderde in Beuronstijl en in een zijkapel het leven van Gerardus Majella in realistische trant (afb. 12 en 13).


Afb. 12: De Eucharistie,
priesterkoor Nebo-kerk, 1928-1930

Afb. 13: Het Leven van Gerardus Majella, kapel Nebo-kerk, 1928-1932

Ondertussen vergrootte en vernieuwde hij zijn kennis van de Bijbelse wereld met nieuwe studiereizen naar Palestina in 1922, 1927 en 1929. In de jaren dertig decoreerde hij naast alle werkzaamheden in Heilig Landstichting, diverse andere kerken zoals de Gerardus Majellakerk en de Margaretha Maria Alacoquekerk in Tilburg. Ook ontwierp hij kerkmeubilair, beelden, toneeldecors en illustraties voor religieuze tijdschriften. Met name de uitgave 't Heilig Land stond vol met zijn tekeningen en reproducties van zijn werk.

Devotionalia ca 1915 - 1923

Naast zijn werk als adviseur van Heilig Landstichting had Piet Gerrits zakelijke contacten met Rudolf Bless, die in Nijmegen een winkel had in devotionalia, Sier Uw Huis genaamd. Toen in 1915 de Cenakelkerk, de pastorie en het museum moesten worden ingericht kreeg Bless de opdracht, maar het meubilair en de kerkelijke voorwerpen die hij leverde waren gemaakt naar ontwerpen van Piet Gerrits.

Afb. 14: Heilig Hartbeeld, Sier Uw Huis, 1917

Bless publiceerde ca 1922 een catalogus waarin kruisbeelden (afb. 14) en andere religieuze artikelen werden aangeboden en reproducties van de belangrijkste monumenten die Gerrits in het devotiepark en in de kapel van het nabijgelegen sanatorium Dekkerswald had gemaakt. Die reproducties waren te koop als prentbriefkaart en devotieprentje, sommige konden zelfs op formaat van 60 bij 80 worden besteld, in zwart-wit en in kleur, voorzien van de handtekening van Piet Gerrits. Piet werkte voor Bless tot 1923 toen hij een nieuw contract kreeg bij Heilig Landstichting en de reproductierechten naar hemzelf en de stichting gingen. Bless ging toen in zee met de kunstenaar Jac Maris (zie ook 'Devotionalia van de Nijmeegse kunsthandel Sier uw Huis', Devotionalia, 29e jrg., p.93-97 en p. 151-157).

Oorlog en nadagen, 1940-1957

Na de inval van de Duitsers bleef het museumpark open. Het aantal toeschouwers echter dat in de jaren 1937-1939 schommelde tussen de 50.000 en 60.000 en van H.Landstichting het vijfde museum maakte van Nederland, daalde in 1940 tot 13.329. Het herstelde zich vervolgens wel enigszins, maar door de terugloop ontstonden er toch forse financiële problemen. Piet Gerrits werkte nu minder voor het devotiepark, maar kon opdrachten uitvoeren in de Maria Magdalenakerk in Goes en in een kapel in Schimmert. Zijn werkzaamheden werden echter ernstig belemmerd toen hij op 26 september 1944 werd getroffen door een granaat en zijn linkerarm verloor.

Na de oorlog zette hij zich weer in voor Heilig Landstichting en voltooide het Sanhedrin en de Bergrede (1950-1952). In 1957 overleed hij. Hij werd begraven op het kerkhof van Heilig Landstichting, te midden van de monumenten die hij gecreëerd had.

Sinds 2004 is Heilig Landstichting opgenomen in het register van beschermde rijksmonumenten. Dat geldt zowel de bouwwerken, de kunstwerken als de landschappelijke aanleg. Het is een eerbetoon aan Piet Gerrits die bovendien recentelijk de posthume eer heeft gekregen van een monumentale biografie, gepubliceerd in 2014 door de historicus Jan Willemsen: Het Heilige Land van Piet Gerrits.

Dr. Leo Ewals
December 2016

 

Zie verder de pagina´s Piet Gerrits, Chronologie en Het Heilige Land van Piet Gerrits