 17. Tafereel 2, 3 en 4
 18. Tafereel 5 t/m 19
 19. Tafereel 9, 10 en 11
 20. Tafereel 12 t/m 15
 21. Tafereel 16, 17 en 19
 22. Tafereel 18 en 19 |
|
We presenteren hier summier de diverse taferelen [1]
- Gerardus wordt door zijn moeder naar de kerk geleid, dat is in het stadje Muro, waarvan we de toren zien.
- Gerardus gaat naar een Mariabeeld in een boskapel. Het Kindje Jezus komt echter tot leven, speelt met Gerardus en geeft hem een broodje mee voor de wandeling terug naar huis (afb. 16).
- Gerardus maakt van een paar stokken een kruis, en dan ziet hij Jezus verschijnen (afb. 17).
- Gerardus is te jong om in de kerk de communie te mogen ontvangen, maar dan komt een Engel die hem de communie brengt.
- Als zijn vader gestorven is moet Gerardus de kost verdienen voor zijn moeder en zus. Hij leert voor kleermaker, maar is in gedachten bij Jezus.
- Gerardus was knecht van de bisschop geworden. Op een dag liet hij een sleutel in een put vallen. Hij nam toen een beeld van het kindje Jezus, liet dat aan een touw in de put zakken en vroeg het kindje de sleutel voor hem uit de put te pakken. En dat gebeurde.
- Gerardus zoekt samen met een kameraad de verlatenheid van de bergen op en wordt kluizenaar.
- Gerardus bezoekt een zieke.
- Boven het altaar zien we dat Gerardus een heiligschenner ervan weerhoudt ter communie te gaan en hem overtuigt eerst te gaan biechten (afb. 18).
- Met aan elkaar geknoopte lakens slaagt Gerardus erin het ouderlijk huis te ontvluchten.
- Hij loopt enkele paters redemptoristen na en vraagt in hun klooster te worden opgenomen.
- Gerardus bidt vurig, met opgeheven armen, voor het altaar (afb. 19).
- Gerardus is ingetreden in het klooster van de redemptoristen waar hij portier wordt. Veel mensen uit de omgeving zoeken hem op en vragen om hulp. Hij geneest een misvormd kind.
- Als broeder portier deelt hij aalmoezen uit aan arme mensen.
- Gerardus zorgt dat de broodkist van een arme moeder tot de rand gevuld wordt met brood.
- In Napels trekt Gerardus een schip uit de storm, terwijl veel mensen toekijken (afb. 20).
- In een donkere nacht, onder striemende regen, tracht Satan Gerardus de afgrond in te storten. Maar Gerardus dwingt de duivel het paard bij de teugel te nemen en te leiden.
- Voor de kloosterpoort speelt een blinde fluitspeler Gerardus' lievelingslied. Gerardus is verrukt en komt los van de aarde (afb. 218).
- In de nacht van 15 op 16 oktober 1756 sterft Gerardus, 29 jaar oud, in het klooster te Caposele. Zijn ziel wordt direct opgenomen door een schare engelen.
Noot: 1. In oktober 1930 publiceerde pater J. Moonen een eerste beschrijving van de schilderingen in het redemptoristenblad De Volksmissionaris.
|