Nieuw november 2020: "Mijn reis naar het Oosten", Reisverslag van Piet Gerrits, 1906
Nieuw december 2020: "Schilderingen van Piet Gerrits in de kapel van Aïn Karem"
Nieuw januari 2021: "Kapel St. Carolusstichting ,Valkenswaard"

Kapel St. Carolusstichting Valkenswaard

"EEN HEERLIJK GENOT DIE KUNSTMAN AAN HET WERK TE ZIEN"

In 1934 heeft Piet Gerrits schilderingen aangebracht in de kapel van het klooster dat de Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus in 1930 hadden geopend in Valkenswaard bij Eindhoven. De zusters waren gelukkig met het resultaat en schreven er een enthousiast verslag over in het novembernummer van hun eigen periodiek het Sint Carolus klokje. We completeren dat artikel met een beschrijving van de kapelschildering die staat in het gedenkboek, in 1937 uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de congregatie.

Zoals zoveel werken uit die tijd is de schildering inmiddels onder de witkalk verdwenen, maar dank zij een oude foto en dank zij de beschrijvingen kunnen we toch een indruk krijgen van Piet Gerrits' werkwijze en van wat een van zijn vele werken is die hij buiten de H .Landstichting heeft gerealiseerd.

Dr. Leo Ewals
Januari 2021

Kapel
St. Carolusstichting
Valkenswaard
1934

"Onze kapel geschilderd"

"Lieve lezeressen van de Carolus-klok. U zult U misschien de Augustus-klok [van 1934] herinneren, waarin we een beschrijving van onze kapel aankondigden, zoodra deze geschilderd zou zijn. Nu dan zusters hoort! We zullen 'n poging wagen. Door bemiddeling van Monseigneur Smets, U al bekend, uit de klok, zou onze kapel geschilderd worden door de bekende kunstschilder van de H. Landstichting, Piet Gerrits. Deze heeft zelf zes jaar met Mgr. Smets in het H. Land geleefd. Ongeveer een jaar terug was Mgr. hier met Mijnh. Gerrits. De kapel werd bekeken. Mgr. was van meening dat de drie gebrandschschilderde raampjes, voorstellende God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest, vooraan in het priesterkoor weg moesten, om alsdan daar een mooi tafereel aan te brengen. Dat verwijderen geschiedde, maar ook Mgr. en Mijnh. Gerrits verdwenen, en ons convent bleef verlangend uitzien."

"Begin juli van dit jaar [1934] verscheen Mijnh. Gerrits wederom, om zelf de voormuur van het priesterkoor speciaal te bewerken en alzoo geschikt te maken voor de fresco 'Calvarieberg'. Ook gaf hij de hoofdkleuren voor de kapel aan, terra en beige en vertrouwde dat verven toe aan het Valkenswaardsche verversgilde. Toen wij 28 juli in retraite gingen, was de kapel aardig opgesierd, op de voorboog van het priesterkoor was geplaatst: Al wat gij den Vader in Mijnen naam zult vragen, zal Hij u geven. Maar voor ons prijkte nog altijd de witgepleisterde muur. Ook de retraitanten van elders hebben dit aanschouwd!"

"Tot op een maandagmorgen, 1 october, Moeder verrast werd met de tijding van Mijnh. Gerrits: Vandaag arriveer ik in Valkenswaard, en ik hoop dat de voltooiing van mijn werk, Uw groot geduld zal beloonen. Algemeene blijdschap! En werkelijk, 's avonds om acht uur was de kunstschilder daar. Dinsdagmorgen volop actie door het geheele huis. O.L. Heer bleef bij ons in de sacristie. Van nu af aan was het priesterkoor het brandpunt van onze belangstelling, of beter gezegd van onze nieuwsgierigheid. Een stellage werd opgeslagen en daarop klauterde de Heer Gerrits, gewapend met een simpel houtskooltje. In één dag was de schets geteekend."

"Maar nu, nu zou de beschildering beginnen. Het was een weelde en een heerlijk genot die kunstman aan het werk te zien, dikwijls stil voor zich uit neuriënd. Menig nieuwsgierig nonnekapje kwam dan ook zoo nu en dan om het hoekje van de kapeldeur kijken. De schilder vond het aardig. Nog vermelden we even de kleine strubbelingen, die Moeders hartje wel eens wat angstig deden kloppen, als het weigeren van een spuit, zoodat Mijnh. Gerrits een heele middag door Eindhoven dwaalde om een nieuwe te koopen, de vele telefoontjes, die hem zoo vaak van het werk afriepen. Nu echter is alles gereed en genieten wij van de heele mooie fresco op de achterboog van het priesterkoor. We zien de Calvarieberg, waarop het kruis. Jezus buigt het hoofd en sterft, Maria rechts van het kruis in prachtig blauw kleed, omklemt met beide handen haar Goddelijken Zoon, als wilde zij met Hem God den Vader deze 'Offerande der Offerande' aanbieden, zij de Middelares en Moeder der menschen. Links van het kruis in bruin kleed, met de echt Joodsche hoofdbedekking, de H. Joannes. Met opgeheven hand staat hij stil aanbiddend naast Zijn van liefde stervende Meester. Aan de voet van het kruis, in sierlijk blauw kleed met golvend groene sluier, de H. Magdalena, plat ter aarde haar liefde uitschreiend. Rechts even voor O.L.Vrouw, Salome! In goudgeel met gevouwen handen met grote droefheid naar Jezus schouwend, terwijl naast Maria, Maria de Moeder van Jacobus, vol medelijden naar het kruis opziet. En dan ontroerend mooi terzijde de Hoofdman. De hand opgeheven naar het kruis, vol begeestering in zijn pas geboren geloof uitroepend: Waarlijk, Deze was de Zoon van God. Hij is gezeten op een bruin paard, dat onder de indruk van het grootsche gebeuren schijnt te zijn en de kop buigt. Dan nog twee kindertjes, die hand aan hand, schreiend de berg verlaten, het jongetje kijkt nog eens om naar die goede Man aan het kruis."

"Op de achtergrond, nogal donker, paars en bruin het geschokte Jeruzalem, verschrikt wegvluchtende Farizeeërs, Romeinsche soldaten met opgeheven speren, de verwarde tempel en de opstijgende rookpluim van het laatste offer van het Oud Verbond. Het gewelf boven het priesterkoor stelt de lucht voor. De zon en maan verduisteren en sterretjes komen nu even glanzen. Boven deze kleurrijke schildering in gouden letters Christus' eigen woorden: Niemand heeft grooter liefde, dan die zijn leven geeft voor zijn broeders! Heel de fresco één rijke, gloedvolle meditatie! Hier moet men beminnen, wordt men gedwongen tot wederliefde en bij het verlaten van de kapel is men beschaamd over eigen lafheid en bekrompenheid, maar tegelijk ook brandend van verlangen om Hem, den Koning der Liefde, al zijn liefde te geven en iets van dat mooie mee te deelen aan toevertrouwde kinderen en zieken! Op de voorwand van de kapel, links en rechts van het priesterkoor het eerste der blijde en glorievolle geheimen, door Mijnh. Gerrits geschetst, maar door een leerlinge geschilderd. Van de onderkant van de Calvarieberg gaat een golfmotief, groen met goud, door heel de kapel, langs alle muren om achter in de kapel te eindigen in een kruismotief omgeven door bladeren en vruchten van de wijnstok. Alles heel beteekenisvol! Die groene golfjes beteekenen de ranken: wij kleine mensjes, doorstroomd van Gods genade, de gouden golf! Naast het kruismotief tegen het hoogzaal, de klare Evangelie-woorden, die echter maar zoo langzaam voor ons een werkelijkheid worden. Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. En wie in Mij blijft en Ik in hem, draagt rijke vruchten."

"Zoo mooi is nu onze kapel! Zusters bidt, dat wij deze schoone, zij het ook uiterlijke gave, dankbaar genieten en inwendig meer en meer worden, sterke, edelmoedige, vruchtdragende zielen."

Uit: Gedenkboek bij het honderd-jarig bestaan der Liefdezusters van den H. Carolus Borromeus, 1837-1937.
De tekst herhaalt overigens deels het artikel uit het Sint Carolus klokje.

 

"De Kapel van Carolus"

"[...] De muurschilderingen zijn van den bekenden kunstschilder Piet Gerrits. De hoofdkleuren van de kapel zijn terra-cotta en beige, wat opgesierd met lijnen en bogen. Op de voorboog van het priesterkoor leest men: Al wat gij de Vader in mijn naam zult vragen, zal Hij u geven. We genieten van het heel mooie fresco op de achtergrond van het priesterkoor, voorstellende de Kruisdood van den Zaligmaker. Boven deze kleurrijke schildering staan in gouden letters Christus' eigen woorden: Niemand heeft groter liefde dan die zijn leven geeft voor zijn broeders! Heel het fresco is een rijke, onuitputtelijke meditatie! Op de voorwand van de kapel, links en rechts van het priesterkoor, het eerste der blijde en glorievolle geheimen. Van de onderkant van de Calvarieberg gaat een golfmotief uit door heel de kapel, van groen en goud, om achter in de kapel te eindigen in een kruismotief, omgeven door bladeren en vruchten van de wijnstok. Alles vol betekenis. Die groene golfjes, die langs de muren voortslingeren, betekenen de ranken: n.l. wij, de kleine mensjes, doorstroomd van Gods genade, de gouden golf. Naast het kruismotief tegen de hoogzaal de klare Evangeliewoorden : Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken, en wie in Mij blijft en ik in hem, draagt rijke vruchten. Mogen de zusters en allen, die deze kapel binnentreden, opgewekt worden om Hem, den Koning der Liefde, al hun liefde te geven."