"Het Heilige Land van Piet Gerrits (1878-1957)"
Auteur: Jan Willemsen. Te koop via deze website

Plechtige Ridderslag van Piet Gerrits in Jerusalem

Handschrift uit de nalatenschap van Pater N. van der Vliet

't Donkerde in de Grafkerk. De gewone avondprocessie was afgelopen en wierook walm vulde nog de ruimte terwijl de vrome schare langzaam wegtrok, een laatste maal de lippen drukkend op 't marmer van 't H. Graf. Een groep bleef en verzamelde zich in 't halfdonker achter de pilaren. 't Waren de vrienden van Piet Gerrits, want deze avond zou de sympathieke kunstenaar door zijn Excellentie, den Patriarch van Jerusalem tot ridder geslagen worden. Reeds eenige weken te voren was Mgr Filippo Camassei den Heer Gerrits gaan verrassen in Beit Sahur bij Bethleem waar sedert eenige maanden zijn mooi talent kunsttafrelen toverde op de muren der Katholieke Kerk. Zijn Excellentie had den artist persoonlijk het Kruis der Ridders van 't H. Graf willen overreiken. Vanavond dus zou de officieele plechtige investituur plaats hebben.

Weldra verscheen de Patriarch omringd van zijn vicaris en eenige priesters en begeleid door den Heer Gerrits in den ingang der Grafkerk waar nu de groep belangstellenden den Kerkvoogd afwachtte. Zegenend dwaalde zijn hand over de knielende schaar. De Turkse wakers moegerust aan den ingang staakten scherts en gesprek, Griekse monikken gleden uit de pilaarschaduw: wat mocht toch wel die buitengewone komst van den Katholieke Patriarch beteekenen in 't late uur? De processie stelde zich op, meest
geestelijken, Franciscanen, Dominikanen, Witte Paters, Salesianen, Benedictijnen, allen belangstellend samengekomen voor hun vriend. 't Was donker nu, maar honderden trillende pitjes in zilveren lampen pinkten door 't duister heen en leidden de stoet. De langzame stappen vulden de ruimte met dof geroesem. De kleine devote kapel der Fransiskanen baadde echter in een zee van licht. Voor die gelegenheid was daar de patriarchale troon opgesteld.

De Heer Gerrits knielde neer en de Patriarch hief 't Veni Creator aan. Dan stelde hij met luider stem de gebruikelijke vragen die ons allen terugvoerden de eeuwen door in een geheel middeleeuwsche atmospheer, toen Godfried van Bouillon hier op dezelfe plaats zijn titel kreeg van "Baron van 't H. Graf", toen Baudouin, koning gekroond in Bethleem, hier trouw kwam zweren aan zijn heilige roeping als verdediger van 't geloof en 't H. Graf, toen die lange rij van Christenhelden en onder hen onze stoere Nederlansche ridders, hier op die rots hun zwaard kwamen leggen, door een heilige gelofte gebonden aan een verheven zaak.
— Wat verlangt gij?
— 'k Wensch ridder te worden van 't H. Graf.
— Herinner u dat een Christen Ridder met alle zorg den Katholieke godsdienst in de H. plaatsen moet verdedigen, alle rechten der Kerk en den luister der H. monumenten moet behartigen.
— Ik ben bereid dat alles te beloven en te volbrengen.
De Heer Gerrits had recht te beweren, veel, zeer veel reeds gedaan te hebben voor het H. Land, voor 't geloof, voor de H. plaatsen, want sedert twee jaar stelt hij zijn buitengewoon talent ten dienste der kerken van Palestina, zoo belangenloos, zoo ridderlijk eenvoudig, zoo goed doend in 't bijna onbekende, alleen voor zijn God, voor hen die behoefte hebben aan leering, naar opvoering van hun ziel naat 't Hoogere.

Dan na treffende gebeden ontving de recipiendaire ("recipedous" lees ik ??) de koperen riddersporen, waarna hem het ridderzwaard door de Patriarch werd aangegespt.'t Is volgens de overlevering 't slagzwaard van Godfried zelf en geen pelgrim verzuimt de relikwie na zijn bezoek aan 't H. Graf te gaan vereren.

Volgen nieuwe gebeden en nieuwe aanroepingen (`nieuw', hij bedoelt 'andere', Tom). Op een teeken van de ceremoniaris richtten zich nu de patriarch en de Heer Gerrits op en traden het grafmonument binnen. De candidaat trok volgens de regels der ceremonie zijn zwaard uit de schede, bood het den bisschop aan en viel weer op de knieën. De Bisschop, grootmeester der H. Grafridders, sloeg hem toen met 't zwaard op de schouders zeggende:"Ik sla u, Petrus Gerrits, tot soldaat en ridder van 't Graf van onze Heer Jesus Christus". "Amen" klonk 't uit den mond van de nieuwen ridder.

Toen werd hem het gouden kruis overreikt met de woorden: "Ontvang dit gouden ridderkruis van den Heer Jesus Christus en herinner u dat door 't teeken van het kruis God ons verlost van onze vijanden". "Amen" herhaalde nogmaals de nieuwe kruisridder. De Patriarch hief plechtig aan Te Deum laudamus, vervolgd door de belangstellende vrienden die vol emotie getuigen waren geweest van deze ongewone plechtigheid. Monseigneur omhelsde voor 't altaar den Nederlandsche kunstenaar hem bedankende voor de diensten aan zijn kerk bewezen en terwijl van 't groot orgel een feestmarsch galmde, kwamen de aanwezigen hun vriend gelukwensen.

Langzaam schoven gestalten weldra de donkere grafkerk door want aan de ingang rammelden sleutels, de turkse wacht gaf teeken van sluiten. De oosterse avond lag wijd open voor ons. In de straten droezelde nog wat licht. Wij de meer intiemen wilden onze vriend dien avond bij ons houden. Pater Provinciaal had hem uitgenoodigd den nacht in 't seminarie door te brengen. "Neen, van avond nog, moet ik terug naar Bethleem. Er is druk werk. Zondag kom ik terug, de Patriarch heeft me verzocht te komen dineren". Aan de Jaffa poort sprong hij in 't zadel. In vliegende galop vloog hij de steile weg af, de duisternis in.............. We hoorden nog enkele minuten 't kletteren der hoeven op de harde grond.