"Het Heilige Land van Piet Gerrits (1878-1957)"
Auteur: Jan Willemsen. Te koop via deze website

De Tijd Vliedt ..

Onlangs dook in een particuliere verzameling een bijzondere ingelijste aquarel op van Piet Gerrits (1878-1957).

De eigenaar meende zich te herinneren dat het in 1913 op een tentoonstelling was gekocht en vroeg of wij wat konden vertellen over de voorstelling. Hoewel ons uit de artistieke nalatenschap van de kunstenaar geen gegevens bekend zijn die hierover uitleg kunnen geven, kunnen we toch, aan de hand van de voorstelling zelf, al wel het een en ander opmaken.

Over de plaats van handeling bestaat geen twijfel. Met grote letters staat bovenin de compositie het woord Noviomagum, dat is Nijmegen. En midden daarin het wapenschild met de gekroonde dubbele adelaar van de stad.

Als hoofdmotief zien we een ridder en een jonkvrouw te paard die aankomen bij de Belvédère. Verbeeldt deze scene een moment uit de Nijmeegse geschiedenis? Of uit de literatuur over onze stad? Daarnaar kunnen we vooralsnog slechts gissen. Men kan denken aan een ridder die zijn geliefde wil beschermen tegen de Noormannen waarvan een drakenkopschip aan de oever ligt. Maar de Noormannen waren op het Valkhof eind 9e eeuw en de Belvédère is oorspronkelijk een verdedigingstoren uit de vijftiende eeuw. Wordt misschien het moment in beeld gebracht waarop de hertog van Parma, bij een bezoek aan de toren in 1585, uitriep 'bel vedere', en zo de toren zijn huidige naam gaf? Maar die mondelinge traditie zegt niets over een schoonheid te paard. Of is hier het verhaal in beeld gebracht van de Zwaanridder, een literaire figuur die de Nijmegenaren lief is? Maar de Zwaanridder nam zijn geliefde niet mee, maar liet haar achter en zijn schip had geen zwanenkop, maar werd getrokken door een zwaan. Kortom meer vragen dan antwoorden.

Links onder zien we een soort plaquette met het opschrift: Liever strijdhaftige vrijheid dan vreedzame slavernij. Het onderwerp illustreert dus de gedachte dat men beter kan vechten voor zijn vrijheid dan gelaten bezetting ondergaan. Kennelijk was dat onderwerp van belang voor de stad Nijmegen, want daar speelt de voorstelling zich af. Dezelfde tekst stond vroeger te lezen op een steen die was ingemetseld in de muur van de vroegere Hezelpoort. Ze zou daar aangebracht zijn toen Nijmegen belegerd werd en men de vijand wilde ontmoedigen met deze strijdkreet. Veel later is de spreuk ook aangebracht bij het oorlogsmonument dat in 1948 bij de Waalbrug is geplaatst (zie De Gelderlander, 4 mei 1948).

Om de hoofdvoorstelling heen heeft Gerrits een aantal kleinere motieven getekend. Rechts een heraut met weer het Nijmeegs stadswapen op de borst, die de loftrompet steekt, wellicht op de schoonheid van de stad.

Rechtsonder de verstrengelde initialen van Piet Gerrits. Onder twee zwanen die de hypothese van de Zwaanridder lijken te bevestigen. Linksonder een harpspelende vrouw zittend op het Valkhof bij de Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne. Welke ballade brengt zij ten gehore? Het verhaal van een ridder en zijn lief? Wellicht wordt het antwoord nog eens gevonden in een der vele odes aan de stad Nijmegen, van schrijvers in de traditie van Ten Hoet, Quack of Lovendaal.

Bovenin zien we twee moderne afbeeldingen, links een stoomschip op de Waal en rechts de spoorbrug uit 1879. Alles bijeen maken we met deze voorstelling dus een reis door de tijd, van riddertijd tot moderne tijd. Vandaar de spreuk die bovenin de fraaie Jugend-stil lijst is gebrand: De Tijd Vliedt. Mogelijk ook is de hele voorstelling niet meer dan een overpeinzing over de snelheid waarmee het leven aan ons voorbijgaat, met een oproep om weerbaar te blijven en het ideaal van de vrijheid hoog te houden. Die lofzang op de vrijheid was actueel in 1913, toen internationale oorlogsdreiging voelbaar was.

Dr. Leo Ewals
Januari 2017